De vuist van Beatrix

‘Beatrix is ook maar een mens,’
zei iedereen geruststellend tegen Merel Holleboom toen ze acuut in de zenuwen was geschoten omdat ze over vier dagen de prinses zou ontmoeten.
Merel was er helemaal niet van overtuigd dat Bea gewoon Bea was, na een nacht woelen en piekeren belde ze de organisator om advies te vragen.
Al snel werd haar duidelijk gemaakt dat Beatrix niet zomaar een mens is, rond Beatrix gelden duidelijke protocollen waar je van op de hoogte moet zijn.

Ik praat met Merel over haar ontmoeting met onze voormalige koningin en haar voorbereidingen daarop. Mijn eerste vraag is:
‘Hoe kwam je in deze situatie terecht? Begin maar bij het begin, zodat we het echt begrijpen.’
‘Nou als je afgestudeerd bent aan de kunstacademie is het gebruikelijk om je aan te sluiten bij een vereniging, omdat ik ruimtelijk werk maak, kwam ik terecht bij de Nederlandse Kring Van Beeldhouwers, de NKVB. Er zijn honderdveertig leden verspreid over het hele land en Beatrix is ons erelid. Voor het honderdjarig bestaan organiseerden we de expositie ‘Beeldreflecties’ in studio Pulchri in Den Haag met honderd kunstwerken.’
‘En zij werd gevraagd om die te openen?’
‘Precies!’
‘Wat was jouw bijdrage aan de expositie?’
‘Je kon kiezen op welk reflectiebeeld je wilde reageren, dat is een beeld kenmerkend voor een periode in die honderd jaar, er waren er zeven. Ik koos voor het reflectiebeeld ‘monument’, dat reflectiebeeld ging over de periode na de Tweede Wereldoorlog toen veel beeldhouwers de opdracht kregen om herdenkingsmonumenten te maken. Ik houd eigenlijk niet zo van die dingen, je kan beter zorgen dat zo’n monument niet nodig is door in actie te komen: door als het ware op tijd met je vuist op tafel te slaan. Zo kwam ik op ‘Het Genoeg’ het moment voor het monument. Het is een bewegende installatie van een vuist die op tafel slaat.’
‘En daar zou onze voormalige koningin naar komen kijken?’
‘Ja, er was een route langs zeven kunstwerken voor haar samengesteld. Mijn kunstwerk was de derde en ik zou erbij gaan staan om met haar te praten.’
‘Hoe bereid je je op zoiets voor?’
‘Ik dacht eerst: ik moet naar de kapper, mijn haar staat alle kanten op én ik heb een nieuwe outfit nodig. Ik heb alleen maar oude kloffies om aan te trekken, daar zitten zelfs gaten in en mijn schoenen zijn kapot. Ik werk en woon half in die kleren.’
De hele zaterdag liep Merel winkel in winkel uit, op zoek naar een nette spijkerbroek. Ze kwam erachter dat zulke broeken nu nauwelijks in de handel zijn; in zo ongeveer het hele jeansaanbod zitten gaten en ze zijn bijna allemaal in skinnymodel. Daar kun je bij de ex-koningin niet mee aan komen.
Iedereen adviseerde haar dat ze een leuk jurkje aan moest trekken, maar ze was zo al onzeker genoeg en het advies van iedereen bleek de eerste keer ook al niet te kloppen. Pas op maandag na nog vier uur winkelen vond Merel de juiste kleren. Passende schoenen zonder gaten leende ze.

‘Dinsdagmiddag om twee uur kwam Beatrix de expositie openen in Den Haag. Hoe werd dat georganiseerd, wat moesten jullie als kunstenaars doen?’
‘Wij moesten daar om één uur zijn, de AIVD screende ons, dat hadden ze ook van tevoren al gedaan. Beatrix had een hele entourage bij zich van beveiligers met oortjes in. Niet echt overdreven. Er stonden geen tanks buiten of mensen met mitrailleurs. Terwijl Beatrix de openingsceremonie uitvoerde, moesten wij vast bij ons werk gaan staan.’
‘Wat zijn eigenlijk die protocollen rondom Beatrix waar je het in het begin over had?’
‘Het is zo: je mag haar niet aanraken, je mag haar dus ook geen hand geven én je mag haar geen vragen stellen. Je wacht tot ze jou een hand geeft en jou een vraag stelt. Ik hou me daar dan aan, zo ben ik.’
‘Wat gebeurde er nadat ze de expositie had geopend?’
‘Nou de ene helft van de kunstenaars stond met elkaar te kletsen en de anderen stonden geconcentreerd op haar te wachten. De kunstenaar voor mij zong Friese Fado voor haar op een ontzettend hoge toon, Beatrix was daar niet op voorbereid en ze schrok er zichtbaar van.
Daarna kwam ze bij mij, ze gaf me een hand. Ik deed mijn mond open om iets te vertellen.’
Ze zei meteen: ‘dat hoeft niet, de curator heeft me al uitgelegd wat je doet.’ Merel zette de installatie aan en vertelde dat de vuist random geprogrammeerd was, maar dat de eerste klap altijd na twee en een halve minuut viel.
De prinses keek Merel zwijgend aan. Merel mocht niks vragen en de prinses leek niets te willen weten. Elke seconde voelde als een uur in de vreselijkste yogahouding. Tot de ex-koningin eindelijk om informatie verlegen zat. Ze sprak kortaf maar toch voornaam haar vraag uit:
‘Hoe kun je hier nu van leven?’
Merel voelde zich alsof Bea haar zojuist een klap met háár vuist gegeven had. Verschillende opties buitelden over elkaar in haar hoofd: vraagt ze dit uit zorgzaamheid voor één van haar creatieve onderdanen, heeft ze me regelrecht beledigd of onderzoekt ze de kunstensector op persoonlijke titel?
‘Wat had je willen zeggen tegen haar?’
‘Ik wilde uitleggen dat kan ook niet, maar dat is niet erg, want ik heb andere baantjes. Ik doe dit uit liefde en passie.’
Of misschien had ze voor de grap genoeglijk kunnen zeggen:
‘O, heel goed, al tien gemeenten hebben de installatie besteld om op het dorpsplein te zetten.’
Alleen waren er nu zestig seconden verstreken, voor uitweiding was geen tijd meer. ‘Het duurt wel erg lang,’ had Beatrix al gezegd.

Ze knikte koninklijk en liep verder.
Tijdens haar korte conversatie met de volgende kunstenaar viel de vuist oorverdovend neer.
Ze schrok zich voor de tweede keer een hoedje.
Later in de foyer zag Merel zich genoodzaakt langs het tafeltje van de prinses te lopen. De prinses keek naar haar, knikte met een kleine glimlach en zei: ‘ik heb het gehoord, hoor.’
Merel glimlachte beleefd terug en liep braaf door, ze mocht toch niks vragen.

Dit filmpje is gemaakt door Bert Schoeren