Wat is schrijfcafé Nijmegen?

Eén keer per maand nodigen we iedereen uit die zin heeft om samen te schrijven aan de hand van opdrachten die we zelf verzinnen, meestal gaan ze over een thema: kerst, wonderen, overtuigen of, zoals aanstaande donderdag 8 juni, over duistere zaken.

‘Inspiratie zoekt schrijvers’ is het motto van het schrijfcafé. Je gaat zitten, drinkt een kopje thee, praat wat met elkaar en dan beginnen we met een opdracht, eerst een gemakkelijke, om je hoofd los te maken.

Bijvoorbeeld: ‘geleid schrijven,’ één persoon zegt, om de minuut ongeveer, een ongebruikelijk woord en datzelfde woord verwerkt iedereen in de tekst die hij of zij aan het schrijven is, daarna leest iedereen voor. Het is fantastisch om te merken dat iedereen dezelfde woorden in een heel ander verhaal heeft verwerkt.

Je mag voorlezen, maar het hoeft niet per se.

Eén ding hebben we afgesproken, je krijgt geen commentaar, geen tips en geen feedback. Alles wat je hebt opgeschreven is goed, soms voel je zelf dat je met een bepaald verhaal verder wil, omdat je de anderen ermee aan het lachen maakte of omdat je ze op het puntje van hun stoel kreeg, dat kan, maar het is niet het doel. Het doel is gewoon schrijven, durven kijken wat er uit je opborrelt.

We onderzoeken al schrijvend verschillende thema’s, karakters en soorten teksten.

Sommige deelnemers ontdekken een gemene kant aan hun schrijven, anderen merken dat ze graag raadselachtige dingen schrijven, weer een ander ontdekt dat de ene levenswijsheid na de andere uit haar pen vloeit en dat verandert ook steeds weer. Pin je er niet op vast.

We doen op één avond drie schrijfopdrachten. Vaak werken we aan de hand van ingrediënten die we eerst verzamelen, zo heb je een kader voor je verhaal.

Creatieve ideeën ontstaan gemakkelijker als je een soort puzzel op moet lossen, dan houdt je zogenaamde innerlijke criticus -die stem die zegt dat het allemaal toch niks is en nooit wat zal worden- tenminste even zijn mond, want er is gewoon een raadsel dat opgelost moet worden. Hoe zorg ik ervoor dat in één verhaal de gevraagde ingrediënten terugkomen?

We doen ook vaak opdrachten met foto’s en voorwerpen en soms ook met muziek. Het schrijfcafé is gratis omdat elk schrijfcafé een experiment is waaraan we zelf ook meedoen, deelnemers kunnen ook schrijfopdrachten inbrengen en soms bedenken we ter plekke iets. De opdrachten die goed werken gebruiken we in andere workshops nog een keer.

Tijdens het schrijfcafé zijn we meestal met ongeveer zes deelnemers. Je kan elke keer komen, of één keer of drie keer en dan een jaar niet. Voorwaarde is dat je zin hebt om samen te schrijven en je creatieve brein vrij te laten. Wees welkom!

Schrijfcafé Nijmegen wordt georganiseerd door Marcel Goedegebuure en Hanneke Beld

Wil je graag op de maillijst voor het schrijfcafé zodat je een mail krijgt als er weer eentje georganiseerd wordt? Geef je hier op:

Schrijfcafé 11 mei: Wonderen

 

Wie wacht er nooit eens op een wonder?
Dit keer gaan we op zoek naar wonderen die een verhaal geloofwaardig maken. Er zijn allerlei soorten: noodzakelijke wonderen, onverwachte wonderen, ongelooflijke wonderen en kleine wonderen. Hoe schrijf je ze op? Hoe maak je gebruik van een wonder? Dat gaan we onderzoeken.
Als je zin hebt om te schrijven: wees welkom en schrijf mee!
In de Wintertuin bij Iewan, te bereiken via de voordeur aan de Laauwikstraat.

Entree gratis
Koffie en thee 50 cent
Koekjes en andere versnaperingen worden gewaardeerd.

Idealen in uitvoering: Sadhana Forest Auroville

Bomen in het land van tijgers

De aarde in dit deel van Zuidoost-India was zo kaal als een biljartbal, nu raakt hij langzaam weer begroeid. Dankzij vele duizenden handen, merendeels buitenlandse. Over een jaar of dertig zullen de twijgen van Sadhana Forest hopelijk bomen zijn. Allemaal dankzij een Israëlische manager die een duurzame en veganistische samenleving nastreeft, in Auroville.

Tekst: Hanneke Beld

‘Deze vaardigheden zijn niet razend ingewikkeld. Ieder mens zou ze moeten bezitten’

‘We willen hier zo leven dat de belasting van de aarde minimaal is’

‘Hier merken we weer hoeveel tijd het kost om bomen te laten groeien’

‘Ik vind het belangrijk dat kinderen die hier wonen meewerken aan de herbebossing van dit gebied’

Op onze gehuurde scooter steken we een drukke snelweg over vol toeterende vrachtwagens en riksja’s. Langs huisjes gaat het, met mooie patronen in rijstpoeder voor de deur: een manier om de mieren buiten de deur te houden. Vuilnis, kinderen, kuddes geiten en braakliggend droog land omringen ons. Vervolgens gaat het een halve kilometer lang over een slingerpad met kiezels en zand. Aan het eind ligt Sadhana Forest.
Elke vrijdag om half vijf leidt Aviram Rozin, 45 jaar oud, hier bezoekers rond. Hij startte met zijn vrouw dit herbebossingsproject, 28 hectare groot. 23.000 bomen zijn er geplant sinds 2003. De gemeenschap die ze stichtten maakt deel uit van Auroville, in 1968 gesticht als universele stad waar mensen van over de hele wereld kunnen leven in vrede en steeds grotere harmonie, onafhankelijk van religie, politiek en nationaliteit. Unesco steunt het initiatief.
Twee eeuwen geleden was het nog prachtig. Toen bestond de kust van deze streek Tamil Nadu, de Coromandel, uit tropisch bos, tropical dry evergreen forest. Het was de habitat van tijgers en olifanten. Geleidelijk verdwenen bijna alle bomen in meubels, papier, spoorlijnen en schepen. Het bos maakte plaats voor landbouwgrond, cashewplantages, dorpen en, uiteindelijk, een uitgestrekt leeg landschap. Doordat er geen boomwortels meer waren om de grond op haar plek te houden, spoelden krachtige moessonregens vele aardlagen weg. De vruchtbare grond loste op in de zee. Wat restte was een stuk land, zo kaal als een biljartbal, met kiezelstenen en hier en daar een pluk gras.
Rozin, vroeger in Israël manager bij een bedrijf dat medische apparaten verkocht, wilde met zijn vrouw Yorit en hun dochtertje Osher wonen in een veganistische gemeenschap, om niet bij te dragen aan dierenleed, en in een omgeving zonder handel, om niet weer terecht te komen in een leven van steeds meer geld verdienen en uitgeven. Auroville kenden ze van een lange reis door India; ze woonden er toen een tijd. Ze kregen hun 28 hectare om een gemeenschap te beginnen als hen voor ogen stond.
Herbebossing is niks nieuws in Auroville, de eerste bewoners van 1968 hielden zich haast louter bezig met bomen planten. Ze hadden schaduw nodig en groen, anders zou het gebied nooit leefbaar worden. Zo’n dertig jaar later konden de twee pioniers zaailingen kopen voor het nieuw te planten bos bij tal van kwekerijen. Ze kregen hulp van steeds nieuwe vrijwilligers. Die nodigden elkaar uit, plaatsten berichtjes op internet. In totaal zijn al meer dan 2500 vrijwilligers, stagiaires en studenten geweest.

Rondleiding

Met ongeveer dertig mensen wachten we in de tuin voor de gemeenschappelijke hut op Rozin, voor de wekelijkse rondleiding. Vogels fluiten, insecten gonzen en muggen steken ons lek. De tuin is groen met struiken, bomen en bloemen. Er staan drie grote gebouwen, met overhangende daken gemaakt van palmbladeren en olifantengras, gedragen door granieten palen. Trappen zijn gemaakt van touwen en palen, de scouting zou er jaloers op zijn. Onder een groot afdak bedden van palen en touwen met muskietennetten erboven.
Binnen, in de gemeenschapsruimte, vertelt Rozin: ‘We willen hier zo leven dat de belasting van de aarde minimaal is.’ Dat betekent: zonne-energie gebruiken als de zon het felst is, en energie opwekken door te fietsen in de eigen krachtcentrale. Water om te wassen pompt ieder zelf op en omdat iedereen de emmer zelf moet tillen, kijkt hij heel goed hoeveel hij nodig heeft. ‘Hier merken we weer hoeveel tijd het kost om bomen te laten groeien. Alles wat we van de aarde nemen proberen we weer aan te vullen of terug te geven.’
In Zuid-India praten mensen graag over bewustzijn. In Sadhana Forest gaat dat heel praktisch: weten hoeveel water je gebruikt is ook een vorm van bewustzijn. Net als hoeveel elektriciteit je gebruikt, wat je aandeel is in het lijden van dieren. Wie hier te gast is, gebruikt geen alcohol, drugs, peper of koffie. De afwezigheid van peper en koffie draagt bij aan de kalmte van alle vrijwilligers.
Inderdaad gedragen mensen zich hier ontspannen. Misschien komt dat ook omdat ze geen competitieve spelletjes doen. Dit is afgekeken van de aboriginals, die leerden pas van de Engelsen dat je een spel kon winnen of verliezen. Niet roddelen is ook een regel: als je per se iets over iemand wil zeggen, ga je naar die persoon toe.

Fietsen voor stroom

Snel naar buiten voor de rondleiding, het wordt hier om half zeven donker en dat gaat dan heel snel. Op tafel buiten staan zo’n honderd metalen borden en bekers te drogen. We zien de fietskrachtcentrale waar in de regentijd vaak gefietst moet worden voordat de beamer kan worden gebruikt om een film te vertonen, meestal over een maatschappelijke onderwerpen (Amerikaanse banken bijvoorbeeld). Lekker wegdromen doe je maar elders. Langs het pad staan nog tientallen geknoopte bedden klaar van palen en touw. We bereiken het toekomstige tropische bos. Er zijn bergjes bladeren met twijgen in het midden, waaraan hier en daar een knop verschenen is; en dijken van zo’n halve meter breed en water in geulen en kuilen.
Een aantal bomen zijn groot genoeg om mee te deinen met de wind maar een tijger kan zich er nog niet achter verschuilen, laat staan een olifant. Maar er is gewerkt, zover het oog reikt staan boompjes, bomen en compost, kuilen met water.

Het bos van de kinderen

Er staan geen hekken om het terrein. Dat gebeurt gewoonlijk wel om de dieren van boeren buiten te houden, die komen grazen zodra een beetje groen de kop opsteekt. Hier daarentegen werden de dorpelingen uit de omgeving uitgenodigd bij de start van het project. Hun werd duidelijk gemaakt dat zij profijt zouden hebben van de herbebossing en de waterconservering. De dorpelingen organiseerden daarop een offergebed (puja) in de dichtstbijzijnde tempel. Sindsdien komen ze vaak kijken, hun vee laten ze thuis. Er groeit weer gras in deze omgeving. Het grondwaterpeil was 8,5 meter diep in 2003, nu minder dan 2 meter. Van de bomen die geplant worden overleeft 80 tot 90 procent.
Rajan Naidu loopt ook mee in de rondleiding, hij werkt als onderwijzer op een van de vele scholen in Auroville. Elke zaterdag neemt hij een groep kinderen mee naar Sadhana Forest om bomen te planten. Hij zegt: ‘Ik vind het belangrijk dat kinderen die hier wonen meewerken aan de herbebossing van dit gebied. De buitenlandse vrijwilligers gaan terug naar hun land, maar de kinderen worden hier volwassen en blijven hier. Het blijft hun bos.’
De volgende ochtend gaat Naidu met de kinderen aan het werk. Een grote berg zaailingen wacht al op hen. De kinderen weten goed wat ze moeten doen. Ze roepen naar elkaar om water, compost, een boompje, bladeren en de steekschop. De hitte wordt elk moment dwingender, maar belet het werken nog niet. Iedereen loopt af en aan met de gevraagde zaken en om een uur of negen is er geen zaailing meer die niet in de aarde zit. Dan volgt het ontbijt, met de kinderen en vrijwilligers: fruitsalade en pap. De kinderen hebben hier duidelijk vaker gegeten, ze weten zelfs de weg naar de afwasteil. Daarna rennen ze buiten rond en zwemmen in de modderpoel. De kinderen hebben hier nu ook hun eigen stuk grond dat ze kunnen bewerken en waar ze kunnen spelen, Children’s Land. Wanneer kinderen zich bewust worden van het belang van de natuur en duurzaam, is dat veel efficiënter dan het bewust maken van een volwassene. Een kind van vier met die kennis profiteert daar langer van dan een volwassene die tot dat inzicht komt, is het idee.

Kind of niet, deze plek is voor iedereen toegankelijk. Voor een rijke Indiër uit Delhi, voor mensen uit de dorpen, voor westerlingen. Door de eeuwen heen waren er nooit cursussen om voedsel te leren verbouwen, je leerde het van je ouders. Dat is wat Sadhana Forest ook probeert: mensen weer leren hoe ze een huis kunnen bouwen, hoe ze groenten en fruit kunnen laten groeien, hoe ze bomen moeten planten, hoe ze water op het land kunnen houden en hoe ze energie opwekken.
Rozin: ‘Deze vaardigheden zijn niet razend ingewikkeld. Zij zouden moeten behoren tot de basisrechten van de zes miljard mensen op deze planeet. We geven de kennis met plezier door. We zien onszelf graag als deel van een wereldwijde beweging, die alsmaar groeit.’

(Kader)
Sadhana Forest ontvangt vrijwilligers uit alle landen en van alle leeftijden graag voor een intensieve kennismaking met een zeer duurzame en vreedzame levenswijze. Een bed kost niks, het eten ongeveer 3 euro 50 per dag. In het hoogseizoen, van december tot april, is de minimumverblijfsduur vier weken, de rest van het jaar twee.
Iedere vrijwilliger werkt 25 uur per week, verdeeld over vijf dagen. Het werk bestaat uit graven, planten, water geven, tuinieren, koken, opruimen, poep scheppen, schoonmaken en met de kinderen spelen. ‘s Middags is er vrije tijd, vaak zijn er dan workshops. ‘s Avonds is er soms film, een kampvuur of een optreden.
Vrijwilligers kunnen meedoen met het Environmental Leadership Program. Zij leren daarin hoe ze een ecologische gemeenschap op kunnen zetten en draaiende houden. Momenteel zijn er zeventien deelnemers. Een aantal van hen werkt nu op Haïti, om de gevolgen van de aardbeving uit 2010 te helpen opvangen. In Marokko overweegt Sadhana Forest een gebied van 400 hectare te herbebossen. http://www.sadhanaforest.org/

(kader)
Stad van de Toekomst
Auroville, Stad van de Toekomst, werd in 1968 gesticht ten noorden van Pondicherry, in het zuidwesten van India. De stad bestaat momenteel uit meer dan honderd gemeenschappen van verschillende grootte, omgeven door dorpen en tempels. Bewoners houden zich bezig met onder meer bosbouw, ecologische landbouw, gezondheidszorg, plattelandsontwikkeling, stadsplanning, culturele en spirituele activiteiten en gemeentelijke diensten. Auroville telt circa tweeduizend inwoners uit veertig landen.
http://www.auroville.org/

Drie galgen op de Hoedberg (aan de Graafseweg)

De Hoedberg

Als je nu in het Florapark in Nijmegen loopt, zie je er -gelukkig- niets meer van, daarom zal ik je vertellen wat zich daar eeuwen geleden heeft afgespeeld.
Van de Wolfskuil tot aan de Roomsche voet in het Kronenburgerpark is een heuvel. Men noemde deze heuvel: de Hoedberg, omdat er vee graasde onder de hoede van een herder. Je ziet het op deze kaart die de situatie van 1450 weergeeft:

Nijmegen1450

Stel je voor: de lentezon schijnt, overal groeit gras, wollige schapen blaten, er loopt een herder met een stok en een tas om zijn schouder met daarin wat voedsel voor die dag, die herder fluit een liedje. Hij hoeft niet veel te doen; alleen de schapen in de gaten houden, zorgen dat ze bij de kudde blijven en hun buik rond eten. Zo zijn er dagelijks meerdere herders. Misschien zitten ze samen in het gras om hun brood op te eten en wisselen ze de laatste nieuwtjes uit.

In het jaar 1354, we weten niet precies op welke dag, gebeurt er iets verschrikkelijks op de Hoedberg. Het zal er nooit meer hetzelfde zijn en dat komt door twee broers: Reinald III en Eduard. Hun vader, hertog Reinald II, is een aantal jaren geleden gestorven. Reinald II was de baas van hertogdom Gelre. Nu hebben zijn zoons ruzie over wie hem op mag volgen.

Ze verzamelen beiden een heleboel aanhangers uit rijke adellijke families die ze allemaal voordeeltjes hebben beloofd. De strijd barst los. Elf jaar lang is er een burgeroorlog waar de boeren en burgers nog het meest onder lijden.

In 1354 vallen de aanhangers van Eduard de Bunsward binnen. De Bunsward is een vesting bij Beuningen aan de overkant van de Waal, vanuit die vesting worden de schepen op de Waal gecontroleerd en wordt er tol geheven voor Diederik van Lent, volgeling van Reinald III. De Bunsward wordt bewaakt door 26 boeren, zij hebben dienstplicht te vervullen tegenover Diederik, want ze gebruiken zijn land. Het lukt de boeren niet de Bunsward te verdedigen. Het leger van Eduard steekt de vesting in de fik en sleept 25 boeren mee naar de Hoedberg.

Eduard geeft opdracht ze allemaal te onthoofden, hun hoofden op spiezen te steken en die rondom de berg te zetten, zodat iedereen ze goed kan zien. Zo leert iedereen dat Eduard de sterkste is.

En waar bleef het hoofd van de 26e boer, vraag je je nu af? Dat bleef gewoon op zijn nek zitten, waar het hoort. Hij was ontsnapt doordat hij een bed boven zijn hoofd droeg en deed of hij één van de plunderaars van Eduard was. Hij zal iets geroepen hebben als: “Opzij opzij, een bed voor de overwinnaars!”

Sinds die verschrikkelijke moordpartij op de Hoedberg noemden de mensen de heuvel ook wel: de Hoofdberg. Die plek werd het belangrijkste hooggerechtshof van Nijmegen. Zogenaamde misdadigers werden er onthoofd of geradbraakt. In 1578 zette de gemeente er drie galgen neer.

In 1596 is het laatste vonnis er voltrokken. De doden werden onderaan de berg, zonder afscheidsdienst, begraven, de plek heette de Hoetkuijlen en later de Vuilkuilscheweg. Zodra er geen mensen meer werden gedumpt, doodde men er ziek vee, dat kon je daar dan rustig laten liggen. De Vuilkuilscheweg werd omstreeks 1900; de Floraweg, de Gladiolenstraat en de Anjelierenweg.

* Dit verhaal is een onderdeel van de Buurtdetective

de kaart is uit: Gorissen, stedeatlas van Nijmegen

Ooggetuigenverhaal: Groesbeek was een hel

Familie

Mijn oma had verkering met een molenaar uit Kranenburg, ik weet niet meer hoe hij heette. Ze maakte het uit met hem, daarna bleek dat ze van hem in verwachting was. Ze leerde Hendrik Piepenbrock kennen, ook een Duitser, en trouwde met hem, haar eerste zoon was mijn vader.
Mijn oma was nogal een felle, ze is ook van Henrik gescheiden en daarna weer opnieuw getrouwd.
Mijn moeder kwam uit Klein Amerika.
Ik ben geboren op 11 oktober 1928 op Plakse Hei 1, later heette het Hochewaldseweg 3 Groesbeek
Ik had vijf zussen, Diena,Tonnie, An, Nellie, Mina, één zus had vernauwde bloedvaten, ze was gauw ziek en had veel pijn, ze is overleden toen ze 21 was, ik was toen 5. Ik had nog vijf broers. Henk, Wim, Theodorus, Antoon en Frans. Ik was de jongste, mijn zussen waren allemaal ouder, een aantal van hen werkten in Ede in de garenfabriek, ze werden ’s ochtends met een busje opgehaald.

Boerderij van Elten

In Kranenburg, zo’n tien minuten fietsen bij ons vandaan was de boerderij van Marie en Wim van Elten, zij waren broer en zus, mijn broer Antoon werkte bij hen en woonde bij hen in. Ze hadden hem beloofd dat hij de boerderij zou erven als ze er niet meer waren. Ze hadden nog een broer, die zat in het Duitse leger, daar hadden ze niks meer van vernomen.
Ik zat op de St Antoniusschool in Breedeweg, tot 1938, mijn broer brak zijn enkel bij het voetballen en kon het werk op de boerderij van van Elten niet meer doen. Of ik niet voor hem in kon vallen.
Dat kon wel. Dat was normaal toen om je kinderen bij anderen in de kost te doen, een aantal van mijn broers en zussen hadden dat ook gedaan. Ik ging van school af en fietste naar Kranenburg, in het weekend kwam ik meestal thuis.
Van Marie en Wim van Elten hoorden we niks over het Nationaal Socialisme of over Adolf Hitler, zij hielden zich alleen bezig met hun eigen boerderij, hun koeien en paarden. Na twee jaar toen mijn broer Antoon weer helemaal hersteld was, kon ik weer naar huis, ik ging toen bij mijn ouders op de boerderij werken.

Duitse soldaten

Mijn hele familie was Nederlands en Duits. We woonden net over de grens, maar we hadden een duits paspoort, vanwege mijn vader. Er kwamen altijd Duitsers bij ons op de boerderij, dat waren kennissen, maar ook postbezorgers en douanebeambten en een soldaat uit Nutterden waar mijn zus Tonnie verkering mee had.
Wij keken uit op het Reichswald. In het voorjaar van 1940 zagen we hoe er steeds meer Duitse artillerie werd opgesteld: tanks, kanonnen, keukenwagens, ook paarden met wagens. De soldaten hadden hun kamp daar opgeslagen in de 500 meter grenszone tussen Nederland en Duitsland, het niemandsland waar wij woonden.
Ik wist niet wat oorlog was, ik wist niet wat Nationaal Socialisme was, niemand praatte daar ooit over tegen mij. Mijn ouders verzwegen eigenlijk alles of ze wisten het zelf niet.
Overdag kwamen de soldaten bij ons koffie drinken, de dienstplichtige soldaten, net als de postbodes en de douanebeambten. Soldaten vroegen ons om koffie of chocola voor ze te kopen en dat deden we dan.
Op 15 mei 1940 toen Nederland zich had overgegeven aan Duitsland werden de Duitsers de baas. Ze pakten uit ons huis wat ze nodig hadden. Ze maaiden de klavers weg die we hadden gezaaid om onze eigen koeien, schapen en geiten te voeren. Ze werden bij ons ingekwartierd.
Wij hadden genoeg te eten, we hadden onze eigen varkens, kippen, ingemaakte vruchten, zuurkool, aardappels. We verbouwden zelf rogge en tarwe. Mijn moeder maakte worst, zult, smout en zoute spek.

Schoenenfabriek in Kleve

Van 1942 tot 1944 werkten mijn broer Henk en ik bij Gustav Hofman in Kleve aan de Materbornallee. Ik was 14 jaar, maar naar de ambachtsschool gaan was niet meer mogelijk voor mij. Ik stond aan de militaire band, bij de laarzen en kistjes voor de Wehrmacht.
Er werkten daar krijgsgevangenen uit allerlei landen. Zij sliepen in een Lager (slaapbarak) bij de fabriek. Wij gingen elke ochtend met de trein van Nijmegen naar Kleve. In juni 1944 begon de geallieerde invasie op Normandië, die duurde tot eind augustus, Parijs was bevrijd.
In september moesten wij na het werk voor de Duitsers tankvallen graven, als we dan terug gingen met de trein van Kleve naar Groesbeek werd de trein vaak beschoten door de Engelse Spitfire, dan stopte de trein en moesten wij eronder gaan liggen. De Duitsers begonnen dan te schieten met het afweergeschut dat op de trein stond. Als het voorbij was reden we verder. Ik heb een paar avonden staan graven voor de Duitsers, ik kende niemand van de anderen, we rookten wat en kletsten over de oorlog. Mijn broer Henk had zich ziek gemeld en zat thuis. Wim was gevangen genomen door de Duitsers, hij was op een avond naar de bioscoop gegaan in Nijmegen, na de film deden de Duitsers een inval, hij was zijn groene kaart vergeten te stempelen. Ze namen hem mee naar kamp Amersfoort, van daaruit werd hij overgebracht naar een kunstmestfabriek in Aken.
Na de tweede avond graven besloot ik niet meer naar Hofman te gaan, de sfeer was heel beklemmend, ik kon beter thuis blijven.

Operatie Market Garden

Op zondag 17 september werd ik wakker van schoten en geschreeuw, ik lag nog in bed. Henk en ik liepen naar buiten om te kijken. Ik had alleen een broek en een hemd aan.
We zagen rotsen uit het weiland omhoog schieten. We zagen parachutisten landen en we zagen hoe ze naar beneden geschoten werden door Duitsers. Ik zag een parachutist landen op een dak, hij viel eraf en ik zag hoe Duitse soldaten hem met benzine overgoten en in brand staken.
Mijn herinneringen aan de weken die volgden lopen allemaal door elkaar, het waren heel veel vreselijke indrukken en ik heb ze nooit eerder opgeschreven.
De voorkamer van onze boerderij werd gebombardeerd. Wij renden naar binnen om onze ouders te zoeken, ze zaten onder het aanrecht. We droegen ze naar buiten en klopten het stof van hun kleren. We wilden dat ze met ons mee gingen, weg van hier. Maar ze wilden bij de boerderij blijven. De ramen waren gesprongen, maar gelukkig konden ze de luiken nog dicht doen.
Het hele gebied rond Groesbeek was een hel. Ik lag met een Amerikaanse soldaat in een loopgraaf achter café de Smid in Breedeweg en zag hoe op het Knapheidepad Jan uit het mannenhuis werd neergeschoten door de Duitsers. Ik kon niet naar hem toe.

Chaos en hulp

Ik lag plat op de grond bij voetbalveld Rood Wit in Breedeweg. Ik zag een Duitse soldaat op zijn knieën, hij had maar één schoen aan en zijn broek was gescheurd. “Mutti hilfe mir!” riep hij uit met zijn handen naar de hemel. Een Amerikaanse parachutist was voor hem geland en wilde hem neerschieten. Ik sprong op en riep iets als: “Good man, he is good man!” Ik kende hem, gewoon een dienstplichtige soldaat. Hij wist ook waar ik woonde. Ik bleef bij hem lopen en zorgde ervoor dat de geallieerden hem niks deden.
Ik heb veel oude mensen in een kruiwagen naar het klooster gereden waar ze veilig waren.
We hebben ook een keer in die weken parachutes doorgeknipt en die opgeslagen in een schuur, daar konden we later kleding van maken, dachten we. De schuur ging een dag later in vlammen op.
Ik was mijn broer kwijt, er waren daar natuurlijk wel bekenden, maar ik was ook alleen en we waren allemaal radeloos. Je kon eten krijgen bij een paar gaarkeukens van de gemeente, soldaten hadden blikjes vis. Ik weet nog dat ik een keer een kip kreeg van een boer. Ik slachtte en plukte de kip, ik braadde hem klaar boven een vuurtje, dat trok snel meer mensen.
Het was één chaos van lawaai van bommenwerpers, soldaten, vluchtelingen, gekrijs, puin en heel veel doden.
We sliepen in greppels en wat er over was van gebouwen. In het begin sliep ik een paar nachten in de boerderij bij mijn ouders, daar zag ik mijn broer een keer. Ik hoorde later dat ze een inval gedaan hadden in de boerderij en durfde niet meer terug. Een keer reed ik mee in een Amerikaanse tank en door de verrekijker zag ik onze boerderij er liepen kippen te scharrelen en het huis stond nog overeind.
Ik liep over de open vlakte van Klein Amerika er lagen daar honderden en honderden doden. Ik stapte er overheen. Ging het bos in bij Zevendal daar zag ik een tank met de rupsbanden los tegen een boom op.
Ik liep een bunker in en zag daar allemaal lijken over elkaar heen liggen. Ik zag een been die in laars stond. Het stonk er afgrijselijk. Ik vluchtte weg van daar, nog steeds in mijn broek en hemd.

Canadees kamp

Ik liep door de bossen, over de Mookerhei, de Biesseltsebaan, ik sliep drie nachten in het bos. Ik waste me met regenwater en die broek en dat hemd waren ontzettend vies geworden. Ik klopte bij mensen aan voor eten en soms kreeg ik wat. Ze lieten me niet binnen, ze waren bang voor me.
Uiteindelijk kwam ik in Overasselt bij een Canadees legerkamp, de soldaten waren ingekwartierd bij een boer, hadden daar tenten opgezet en waren in afwachting van de aanval. Ik mocht daar blijven, ik kon in het kippenhok slapen daar zag ik Jan Ganzevoort en zijn zus Doortje. Met Jan had ik op de lagere school gezeten. Er sliepen nog drie anderen in dat kippenhok.
De boer verbouwde tabaksplanten en bloemen, we mochten tabak voor hem snijden daarmee verdienden we wat geld. We hielpen ook de Canadezen in de keuken. Zij hadden van die ronde witte broden en vis uit blik. Ze bakten gehakt om op dat witte brood te doen en ze hadden zelfs boter.
Van de Canadezen kreeg ik een uniform en een bewijs dat ik dat uniform mocht dragen. Ze hadden geen andere kleren voor me. De Canadezen bereidden een aanval voor op het Reichswald waar veel Duitse soldaten zaten, er stonden kanonnen en tanks van Dekkerswald tot aan de molen in Groesbeek. We hoorden het kanongebulder in Overasselt en ik maakte me zorgen om mijn ouders.
Na die aanval trokken de soldaten verder richting Berlijn. In het kamp kwamen nieuwe soldaten.

Brussel

Twee keer mocht ik meerijden naar Brussel om goederen af te leveren. De tweede keer was de chauffeur was een zwarte soldaat, een ex-gevangene die zich had vrijgekocht door in het leger te gaan. Het was geloof ik december.
Toen we bij Brussel kwamen kreeg hij bericht dat alle vrachtwagens terug moesten naar het front. Hij kon mij niet verder meenemen en zei dat ik uit moest stappen.
Zomaar, daar.
Ik liftte met een vrachtwagen mee naar Antwerpen. Ik liep van daar naar de Belgische grens. Ik klopte aan bij huizen, maar niemand liet me binnen en niemand gaf me iets te eten. Ze vertrouwden me niet, ik had een Canadees uniform aan. Ik heb door de oorlog een hekel aan Belgen gekregen. Twee nachten heb ik in het bos geslapen en ik waste me weer met regenwater. Gelukkig was het Canadese uniform wel warm. Bij de grens aangekomen hielden ze me een dag vast omdat ik geen papieren had, alleen een bewijs dat ik dat uniform mocht dragen. Ze wisten niet wat ze met me aan moesten, dus lieten ze me gaan.

An in Eindhoven

Ik liep door naar Eindhoven waar mijn zus An woonde, zij had vijf kinderen. Wim, Theodorus, Mina en haar man Albert Jansen (de Piewiet) en hun kinderen waren daar. We hadden elkaar maanden niet gezien. Niemand wist waar de anderen waren. Wij hadden elkaar in elk geval weer gevonden. We sliepen met acht man in het kippenhok dat mijn zus heel gezellig had ingericht. We gingen hout verzamelen om te verkopen, we konden nog een keer een varken kopen.
Via het Rode Kruis hoorden we dat onze vader en moeder in Utrecht bij een varkenshandelaar terecht waren gekomen.
We bleven tot mei in Eindhoven.

Thuiskomst

Na 5 mei 1945 ging ik met Albert Jansen, mijn zwager terug naar Groesbeek. Bij het kruis op de Nijmeegse baan stonden we de mensen op te wachten die terugkwamen. Mijn ouders liepen me straal voorbij.
“Ken je me niet meer?”riep ik.
Mijn moeder kwam voor me staan en zei: “Wie zeide gij?”
“Ik ben je jongste zoon,” zei ik.
Ze barstte in huilen uit en omhelsde me. We liepen terug naar de Plakse Hei. Die was weg. Er lagen nog wat resten. In de potten waar eerst ingemaakte vruchten en groenten inzaten, zat urine, ze hadden erin gepist. Mijn vader viel op zijn knieën. Ik had hem nog nooit zo hard zien huilen.
“Heb ik daar mijn hele leven voor gewerkt?” riep hij uit.
In de maanden erna kwam er een noodboerderijtje te staan waar we zolang in woonden. Iedereen kwam terug. Wim ook, hij was broodmager. En de broer van Marie en Wim van Elten keerde terug uit Stalingrad, hij ging het werk van Antoon doen. Antoon kon in de kolenhandel van een ander familielid van van Elten werken. Hij bleef in Kranenburg wonen. Vier maanden na de bevrijding kreeg ik een brief van de Duitse soldaat die ik had beschermd. Hij schreef dat hij weer veilig was aangekomen bij zijn vrouw en vier kinderen.

Opruimen

Alle dode soldaten lagen nog op de velden, we gingen terug naar de bunker in het Zevendal, daar lagen de lijken nog en de maden kropen eruit. Iedereen kon meehelpen met het opruimen van de doden, daar kreeg je voor betaald. Je kreeg een speciaal pak en handschoenen om je te beschermen tegen lijkvergiftiging. Ik liep met Jan de Valk om soldaten op te ruimen, we zagen een dode vliegenier tegen een boom zitten. Jan pakte hem op. “Trek je handschoenen nou aan,” zei ik. “Ach dat hoeft niet.” zei hij. Hij kreeg een lijkvergiftiging, een deel van zijn vingers en tenen raakte hij eraan kwijt.
Toon Thijssen ging mijnen ruimen. Hij stapelde alle mijnen op en dan moest je ze aansteken via een lont, je stak het aan en dan kon je nog wegkomen. Deze lont was poreus en alles ontplofte meteen.
Zo is hij aan zijn eind gekomen.
Het bergen van de doden duurde zo’n anderhalve maand. We brachten ze op wagens naar het Canadees kerkhof. Er werd op de naamplaatjes gekeken uit welk land de soldaat kwam. Er waren Engelsen, Amerikanen, Schotten, Polen en Duitsers. Op de dode werd een brief gespeld en zo werden ze allemaal naar de juiste begraafplaats gebracht.
Ander werk was stenen bikken. Je kreeg 7,50 per 1000 stenen. Ik bikte mee aan de kerk in de Horst, ik vond allemaal gedeukte zilveren en gouden kelken waar de wijn voor bij de hosties uit was gedronken. Ik verzamelde ze en gaf ze terug aan de pastoor. Ik heb ook stenen gebikt bij de boerderij van de familie Wijnhoven in Zevendal.
Thuis hadden we ontzettend veel gaten in de akkers om dicht te gooien, we waren een jaar met zwart zand in de weer om alles dicht te gooien. Alle fruitbomen waren gesneuveld.

Spelen met oorlogsmaterieel

De fietsenmaker Gerrit Kuipers gebruikte de gliders van de vliegtuigen om de stangen vanaf te halen, daar maakte hij tentstokken van. Eén keer liep hij in een boobytrap op zoek naar zo’n glider. Hij verloor een been en moest het de rest van zijn leven met een houten been doen.
Op de Biesseltsebaan zaten ome Dos en tante Nel met hun 18 kinderen in een grote bungalow, daar in de buurt was een schietbaan, daar gooiden we granaten die we gevonden hadden. Eierhandgranten waren dat, daar gingen we soms ook mee vissen. Dat wil zeggen, je gooide ze in ’t Vijvertje en dan ontploften ze in het water en kwamen alle vissen boven drijven.

Had je flink wat vis te eten.

Jan Piepenbrock 1928-2014

Wat is een brainwrite en waarom werkt het?

Door te gaan brainwriten in plaats van brainstormen komen er veel meer ideeën, omdat iedereen tegelijkertijd zijn of haar ideeën kan formuleren. Er komen zelfs betere ideeën, omdat mensen elkaar inspireren en niet gefocust zijn op het wachten op hun beurt om iets te mogen zeggen. Schrijfsessies houdt brainstorms volgens de brainwritingmethode.

Meer weten? Neem gerust contact op.