Vierde klas en rookwolken

M en ik zitten eerste klas naar Brussel vandaag, vanwege de gratisupgrade.

We zijn niet de enigen. De coupédeur zwaait steeds open en nieuwe uitverkorenen verschijnen.

‘Ook een upgrade?’ Vragen we vrolijk.

‘Hoezo zien we er uit alsof we hier niet horen?’

‘Ons hou je niet voor de gek,’ zeg ik samenzweerderig.

‘Ja, wat is er nou nog eerste klas aan als de hele tweede klas hier zit?’roept een meisje.

‘De stoelen,’ zegt een ander.

In de hoek bij de deur zit een man die net heeft gemeld dat hij veertig jaar op de trein heeft gewerkt. In 1992 kon hij met pensioen, op zijn zestiende was hij als loopjongen begonnen. Reken maar uit.

Ik vraag hem hoe het was op de trein in de jaren vijftig.

De treinen waren toch veel mooier toen?

‘Ach welnee, de trein is nu veel beter. Er was ook geen centrale deurvergrendeling, dus je moest altijd al die deuren één voor één dicht doen. Soms waren de mensen wel zo fatsoenlijk om de deur zelf dicht te doen. Dat scheelde mij weer lopen. En de treinen schommelden toen nog verschrikkelijk. In de restauratiewagon kon je koppen koffie kopen die loodzwaar waren, zodat ze tenminste op je tafeltje bleven staan. De treinen werden later steeds mooier. In de jaren zeventig had je van die internationale treinen, dat was een feest: die van Beieren naar Vlissingen. Wij stapten op in Emmerich. De trein had zelfs een balzaal, dan konden reizigers dansen. Je was als conducteur meteen je pet kwijt, die pet ging in de polonaise de hele trein door. Ik kreeg hem altijd terug hoor.’

Ik kijk rond. Van achter alle stoelen wordt zichtbaar meegeluisterd.

‘Je had dus vier klassen vroeger. Vier. De eerste klas met pluche rode stoelen, heel zacht, maar het was ook vies. Er zaten bijna altijd vlooien in. En dan de tweede klas met gladde stoelbekleding, dat was voor ambtenaren. De derde klas met houten banken die was voor het werkvolk. Ik waadde mij elke ochtend door een dichte blauwe rook om de kaartjes te controleren, roken in de trein dat deed toen iedereen. Maar mensen vergeten dus vaak de vierde klas, die was er ook en dat weet ik nog goed, want ik ben lang geleden op de trein begonnen(pauze).

In de vierde klas was de bojem eruit gehaald en daar moesten de mensen zelf mee rennen.’

De gepensioneerde conducteur kijkt om zich heen.

‘Toenik die grap voor het eerst vertelde, konden ze er helemaal niet om lachen,’ bekent hij terwijl hij het succes oogst dat hij nu met de grap heeft.

Help mij niet

Omdat ik graag rechtsreeks door wilde om een voorstelling te bezoeken in Nijmegen at ik patat bij de Vlaamse Friettent op Hoog Catherijne. De zak was nogal groot dus nonchalant tegelijkertijd iets anders doen ging niet, bovendien was het te donker om een krantje te lezen. Ik keek om me heen. Ik probeer net als zoveel mensen heus wel meer om me heen te kijken, maar de aanblik van al die telefoontuurders is niet erg motiverend. Alsof iedereen ligt uit te buiken na een feestelijk diner en alleen ik moet mijzelf overeind hijsen om de gigantische berg afwas te gaan doen.

Maargoed, bij de Vlaamse Friettent richtte ik mijn blik naar de omgeving. In mijn ooghoek verscheen een jongen, bijna twintig jaar schatte ik hem, hij had een kleine hikerugzak om, droeg een warme winterjas en had wandelschoenen aan. Toen deed hij iets wat ik niet verwachtte, sterker nog, nadat het gebeurd was, vroeg ik me meteen af of ik het wel goed had gezien.

Hij pakte een zak waar nog friet in zat uit de vuilnisbak, gooide er nog een restje friet uit een andere zak bij en liep verder. Ik keek hem na en zag hoe hij de handeling herhaalde bij de volgende vuilnisbak. Ik dacht niet na, stond op en liep naar de jongen toe.

“Hé, zal ik een frietje voor je kopen?”

“Nee, heel aardig hoor maar dat hoeft niet,” zei hij “geef het maar liever aan iemand die het nodig heeft.” Ik keek hem aan van jij-hebt-het-nodig-toch? Hij keek naar zijn koude patat uit de vuilnisbak en zei: “Nee, ik bedoel, ik heb geen geld, maar dat is mijn eigen keuze. Help iemand die er niet voor gekozen heeft, een vluchteling bijvoorbeeld.”

Hij geeft me een hand en zegt: “Ik waardeer het aanbod echt, maar ik wil liever dat je iemand anders helpt.” Ik zeg gedag en ga perplex weer terug naar mijn bankje. Er zitten twee dames, uit Veenendaal zoals later zou blijken, en gelukkig wilden ze een luisterend oor zijn voor wat mij net was overkomen.

“Goh, ik krijg het er helemaal koud van weet je dat?” zegt één van hen. “Hij wilde niet geholpen worden, hij wilde dat anderen geholpen zouden worden die het nodig hebben,” zei de andere. “Het is zijn keus,” zei ik en staarde in de verte, daar kwam ‘ie weer aanlopen. Een andere vrouw mengde zich in het gesprek. “Jullie hebben het over die jongen toch, ik zag hem vorige maand ook en ik voelde mijn hart omdraaien.”

“Hij wilde ons aan het denken zetten,” peinsde ik hardop.

“Dat is hem dan gelukt,” zei één van de twee Veenendaalse dames. Ik knikte.

 

De vuist van Beatrix

‘Beatrix is ook maar een mens,’
zei iedereen geruststellend tegen Merel Holleboom toen ze acuut in de zenuwen was geschoten omdat ze over vier dagen de prinses zou ontmoeten.
Merel was er helemaal niet van overtuigd dat Bea gewoon Bea was, na een nacht woelen en piekeren belde ze de organisator om advies te vragen.
Al snel werd haar duidelijk gemaakt dat Beatrix niet zomaar een mens is, rond Beatrix gelden duidelijke protocollen waar je van op de hoogte moet zijn.

Ik praat met Merel over haar ontmoeting met onze voormalige koningin en haar voorbereidingen daarop. Mijn eerste vraag is:
‘Hoe kwam je in deze situatie terecht? Begin maar bij het begin, zodat we het echt begrijpen.’
‘Nou als je afgestudeerd bent aan de kunstacademie is het gebruikelijk om je aan te sluiten bij een vereniging, omdat ik ruimtelijk werk maak, kwam ik terecht bij de Nederlandse Kring Van Beeldhouwers, de NKVB. Er zijn honderdveertig leden verspreid over het hele land en Beatrix is ons erelid. Voor het honderdjarig bestaan organiseerden we de expositie ‘Beeldreflecties’ in studio Pulchri in Den Haag met honderd kunstwerken.’
‘En zij werd gevraagd om die te openen?’
‘Precies!’
‘Wat was jouw bijdrage aan de expositie?’
‘Je kon kiezen op welk reflectiebeeld je wilde reageren, dat is een beeld kenmerkend voor een periode in die honderd jaar, er waren er zeven. Ik koos voor het reflectiebeeld ‘monument’, dat reflectiebeeld ging over de periode na de Tweede Wereldoorlog toen veel beeldhouwers de opdracht kregen om herdenkingsmonumenten te maken. Ik houd eigenlijk niet zo van die dingen, je kan beter zorgen dat zo’n monument niet nodig is door in actie te komen: door als het ware op tijd met je vuist op tafel te slaan. Zo kwam ik op ‘Het Genoeg’ het moment voor het monument. Het is een bewegende installatie van een vuist die op tafel slaat.’
‘En daar zou onze voormalige koningin naar komen kijken?’
‘Ja, er was een route langs zeven kunstwerken voor haar samengesteld. Mijn kunstwerk was de derde en ik zou erbij gaan staan om met haar te praten.’
‘Hoe bereid je je op zoiets voor?’
‘Ik dacht eerst: ik moet naar de kapper, mijn haar staat alle kanten op én ik heb een nieuwe outfit nodig. Ik heb alleen maar oude kloffies om aan te trekken, daar zitten zelfs gaten in en mijn schoenen zijn kapot. Ik werk en woon half in die kleren.’
De hele zaterdag liep Merel winkel in winkel uit, op zoek naar een nette spijkerbroek. Ze kwam erachter dat zulke broeken nu nauwelijks in de handel zijn; in zo ongeveer het hele jeansaanbod zitten gaten en ze zijn bijna allemaal in skinnymodel. Daar kun je bij de ex-koningin niet mee aan komen.
Iedereen adviseerde haar dat ze een leuk jurkje aan moest trekken, maar ze was zo al onzeker genoeg en het advies van iedereen bleek de eerste keer ook al niet te kloppen. Pas op maandag na nog vier uur winkelen vond Merel de juiste kleren. Passende schoenen zonder gaten leende ze.

‘Dinsdagmiddag om twee uur kwam Beatrix de expositie openen in Den Haag. Hoe werd dat georganiseerd, wat moesten jullie als kunstenaars doen?’
‘Wij moesten daar om één uur zijn, de AIVD screende ons, dat hadden ze ook van tevoren al gedaan. Beatrix had een hele entourage bij zich van beveiligers met oortjes in. Niet echt overdreven. Er stonden geen tanks buiten of mensen met mitrailleurs. Terwijl Beatrix de openingsceremonie uitvoerde, moesten wij vast bij ons werk gaan staan.’
‘Wat zijn eigenlijk die protocollen rondom Beatrix waar je het in het begin over had?’
‘Het is zo: je mag haar niet aanraken, je mag haar dus ook geen hand geven én je mag haar geen vragen stellen. Je wacht tot ze jou een hand geeft en jou een vraag stelt. Ik hou me daar dan aan, zo ben ik.’
‘Wat gebeurde er nadat ze de expositie had geopend?’
‘Nou de ene helft van de kunstenaars stond met elkaar te kletsen en de anderen stonden geconcentreerd op haar te wachten. De kunstenaar voor mij zong Friese Fado voor haar op een ontzettend hoge toon, Beatrix was daar niet op voorbereid en ze schrok er zichtbaar van.
Daarna kwam ze bij mij, ze gaf me een hand. Ik deed mijn mond open om iets te vertellen.’
Ze zei meteen: ‘dat hoeft niet, de curator heeft me al uitgelegd wat je doet.’ Merel zette de installatie aan en vertelde dat de vuist random geprogrammeerd was, maar dat de eerste klap altijd na twee en een halve minuut viel.
De prinses keek Merel zwijgend aan. Merel mocht niks vragen en de prinses leek niets te willen weten. Elke seconde voelde als een uur in de vreselijkste yogahouding. Tot de ex-koningin eindelijk om informatie verlegen zat. Ze sprak kortaf maar toch voornaam haar vraag uit:
‘Hoe kun je hier nu van leven?’
Merel voelde zich alsof Bea haar zojuist een klap met háár vuist gegeven had. Verschillende opties buitelden over elkaar in haar hoofd: vraagt ze dit uit zorgzaamheid voor één van haar creatieve onderdanen, heeft ze me regelrecht beledigd of onderzoekt ze de kunstensector op persoonlijke titel?
‘Wat had je willen zeggen tegen haar?’
‘Ik wilde uitleggen dat kan ook niet, maar dat is niet erg, want ik heb andere baantjes. Ik doe dit uit liefde en passie.’
Of misschien had ze voor de grap genoeglijk kunnen zeggen:
‘O, heel goed, al tien gemeenten hebben de installatie besteld om op het dorpsplein te zetten.’
Alleen waren er nu zestig seconden verstreken, voor uitweiding was geen tijd meer. ‘Het duurt wel erg lang,’ had Beatrix al gezegd.

Ze knikte koninklijk en liep verder.
Tijdens haar korte conversatie met de volgende kunstenaar viel de vuist oorverdovend neer.
Ze schrok zich voor de tweede keer een hoedje.
Later in de foyer zag Merel zich genoodzaakt langs het tafeltje van de prinses te lopen. De prinses keek naar haar, knikte met een kleine glimlach en zei: ‘ik heb het gehoord, hoor.’
Merel glimlachte beleefd terug en liep braaf door, ze mocht toch niks vragen.

Dit filmpje is gemaakt door Bert Schoeren

Schrijfcafé 16 november Wat voor schepper ben jij?

In dit schrijfcafé onderzoeken we hoe je verschillende werelden kunt scheppen waarin verhalen zich afspelen. We gaan van miniatuurwereldjes naar hele planeten en maken onderweg een paar tussenstops. Wat voor werelden kun jij creëren jij als je schrijft?

Het schrijfcafé is in de huiskamer van Iewan te bereiken via de ingang aan de Laauwikstraat. (het grote houten gebouw aan het einde van de straat, het één na laatste huis)

Kosten gratis
koffie en thee 0,50
koekjes zijn welkom

aanmelden kan hier

 

Schrijfcafé 14 september Knetteren en kneuteren

De zomerstop is voorbij en we nodigen je van harte uit voor het volgende schrijfcafé op donderdag 14 september 19:30-22:00

In dit schrijfcafé onderzoeken we kneuterigheid. Kneuterige dorpen, een gezellige keukentafel, een zorgeloze pot thee en wuivende hoge bomen. Het verlangen naar dat er niks aan de hand is. Je ziet het voor je hoe je zit te breien of een boek te lezen en daar heel erg van geniet, alleen en met z’n allen. Gelukzalige momenten, voortkabbelende tijd. Is alles precies zoals je het voor je zag toen je kneuterigheid wenste?
Of knettert daar iets? Priktruien, irritatie, dienen geweldige kansen zich aan of is er een complot gaande?

Hoe ga je van kneuteren naar knetteren in één verhaal.

Je bent welkom als je zin hebt om mee te doen!
Koffie en thee 50 cent, neem koekjes mee als je ze niet vergeet.

Locatie huiskamer Iewan, te bereiken via de voordeur aan de Laauwikstraat 108 Lent

Groetjes,
Marcel Goedegebure en Hanneke Beld

Flixbusblunder

“O, I’m so stupid, how could I do this?” zei ik.

Het meisje dat de bus bestuurde, keek een beetje verschrikt naar me. Ze zocht naar de juiste woorden.

“You’re not the first one to do this,” zei ze en boog zich over het apparaat dat ze al de hele tijd bij zich droeg. Ze tikte iets in. “It’s 54,60 please.”

Hoe kon ik nou zo niet hebben nagedacht toen ik het kaartje kocht op flixbus.com? Ik ben toch geen warhoofd? Ik zag mezelf altijd als een praktisch iemand met oog voor detail. Maar 00:30 op zaterdag 5 augustus is niet zaterdagnacht. Natuurlijk niet, dat is vrijdagnacht.

Daarom zei de buschauffeur: “I’m sorry you’re not on the list, this ticket was valid yesterday only.” De andere passagiers met wie ik op dit middernachtelijk uur had staan kletsen bij de bushalte stonden wel op de lijst. Het was een groepje van vier vrolijkerds die een dropping 2.0 deden naar Parijs Montparnasse. Een van hen vertelde nog dat zij ook nog nooit met de Flixbus waren geweest, vroeger wel met Eurolines ja, hij was ook benieuwd.

Zij hadden dus wel de eerste keer meteen de juiste tickets gekocht.

Met een nieuw 2,5 keer zo duur kaartje stapte ik de bus binnen. Her en der zaten slapende passagiers die elkaar in evenwicht hielden. Reisgenoot J. was wakker en vroeg wat er zo lang geduurd had. Daarna wilde ze echt slapen.

Ik keek op mijn telefoon, ik zag dat vriend H. gebeld had en geappt.

Hij: Heb je mijn sleutelbos? Ik heb overal gezocht.

Ik: Ik heb hem onder de spullen op tafel gezien.

Hij: Nee daar ligt ie niet. Heb jij hem per ongeluk in je tas gestopt?

Ik wilde antwoorden: natuurlijk niet waarom zou ik zoiets stoms doen? Maar toen bedacht ik me dat ik een kaartje voor de bus van gisteren had gekocht en voelde ik toch in het sleutelvakje van mijn tas. Ik ben geen warhoofd, ik heb een vakje voor alles, paspoortvakje, pasjesvakje, geldvakje, lippenbalsemvakje en het grote vak voor eten en drinken. Ik graai in het sleutelvakje en ik voel: twee sleutelbossen!

Ik maak een foto met onderschrift, ik heb hem toch.. Wat stom hoe kom ik daar nou bij?

Hij: wel gek ja, alleen jammer dat ik mijn kantoorsleutels niet heb, huissleutels zitten aan de andere bos.

J. slaapt al. Ik ben klaarwakker, staar in de duisternis en vraag me ernstig af wat voor vreemds ik nog meer gedaan heb.

Geef de eigenwijze toiletjuffrouw haar WC terug

De gezelligste openbare WC van Nederland was tot eind 2015 de stations-WC in Nijmegen. De toiletten werden beheerd door Toos sinds 1953 en daarvoor door haar ouders en daarvoor door haar tantes en daarvoor door haar oma.

Het rook er naar jasmijn en soms naar lavendel, er stonden prachtige beeldjes, je hoorde klaterende watervallen en aan de muur hingen precies de levenswijsheden die je nodig had. ‘Pluk de dag voor je in een vaas eindigt’ hing er bijvoorbeeld. Toos nam de tijd om een praatje te maken en veel mensen kwamen graag op de WC. Toos had ook een poortje, maar vaak liet ze je er gewoon door en dan kon je alsnog geld op een schoteltje leggen.

Nu wordt de WC beheerd door Sanifair, de poort is groot en onontkoombaar geworden. Er lijkt altijd iemand anders bij te staan, maar misschien is het wel dezelfde persoon. Ik heb geen idee. Sanifair heeft alle karakter weg laten poetsen. Je kan overal zijn, iedereen kan een WC schoonmaken en toezien op een toegangspoortje, dat denken ze vast.

Daarom zie je Sanifair in heel Europa bij wegrestaurants, in winkelcentra en op stations; ze zijn groot in sanitair en tegelijk heel klein. Ze hebben de gang naar de WC teruggebracht tot een miniscule ervaring. Als je je 70 cent eenmaal uit je portemonnee gevist hebt of ergens hebt gewisseld, kun je gewoon naar binnen. Kun je naar een saaie tweekleurige WC met suffe droogblazers, hygiënisch glimmende tegels en muzak op de achtergrond.

Ik wil je helemaal geen depressie aanpraten die zich manifesteert bij je volgende openbare toiletbezoek, maar treurig is het wel. Gelukkig is er een lichtpunt voor gevoelige geesten: als je goed kijkt, zie je de sporen van Toos en haar voorouders in de Sanifairtoiletten. Ze schrijven soms wijsheden (speciaal voor jou) op de muur en ze strooien potpourri achter je voetstappen. Je voelt hun schouderklopjes en je ziet rook kringelen van de ene filtersigaret na de andere.

En als je goed luistert, hoor je uit alle Sanifairpoorten zachtjes maar dwingend hun stemmen: Geef het openbaar toilet en de eer terug aan de toiletjuffrouwen M/V, laat ze er hun eigen huiskamer van maken. Laat ze mensen een ervaring geven van het echte leven van gerochel, gepraat, opwekkende kitsch en aandacht voor de onbekende bezoeker die langzaam maar zeker een bekende wordt. Hij of zij mag ook weleens gratis naar de WC, omdat ‘ie toch zijn hele leven op gezette tijden terug zal komen. Daar hoeft geen ijzige metalen poort voor te staan.

de WC op perron 1 van NS station Nijmegen, mooie inrichting: aquarium met goudvissen, de bewegende neppoes die hierop lag, het Boeddhabeeld

Bouw een ashram voor vluchtelingen

Mijn ervaring die het dichtst bij het leven in een vluchtelingenopvang komt, is het verblijf in Indiase ashrams. Een magere vergelijking, omdat er geen vluchtverhaal bij komt kijken, maar wel één die van nut zou kunnen zijn voor de organisatie van AZC’s in heel Nederland.

H en ik deden een tour langs enkele ashrams van goeroes in Zuid India: Sai Baba (die as en gouden horloges kon manifesteren), Amma (die westerlingen omhelst en in India geld en onderwijsplaatsen uitdeelt) en Sivananda (die hatha-yoga naar het westen bracht).

Elke dag kloppen er honderden mensen aan bij ashrams om onderdak en eten te vragen en het is in eerste instantie niet de bedoeling om geld te verdienen aan deze gasten. De mensen komen van over de hele wereld en uit India zelf naar de ashrams toe.

De eerste ashram waar we komen is die van Sai Baba in Puttaparthi. We gaan naar het welkomstkantoortje, binnen een kwartier zijn we ingeschreven en hebben we allebei een bed: H. bij 50 Russische mannen en ik bij 5 gepensioneerde Zuid-Europese vrouwen. Nadat we onze tassen veilig hebben opgeborgen, kunnen we in de rij aansluiten bij het avondeten. Er is voor een paar duizend mensen rijst en curry gemaakt dat wordt uitgedeeld door de gasten zelf. Iedereen wast na het eten zijn eigen bord en bestek.

Bij Amma gaat het ongeveer hetzelfde, alleen omdat Amma er zelf niet is, is er meer ruimte en krijgen we een kamer voor onszelf. We gaan dit keer wel naar het corveekantoor en dezelfde avond nog staan we de tempel te dweilen en te soppen.

“Zal ik Krishna met groene zeep of met azijn wassen?”

“Groene zeep. Dan kun je hem mooi laten glimmen.”

De volgende ochtend helpen we met groente snijden voor het middageten. We leren de andere gasten snel kennen en we horen wat je kan doen in de ashram. Binnen een paar uur hebben we eten voorbereid voor 500 mensen. Dat vind ik een goed voorbeeld van de efficiëntie van het ashrammodel. Het gaat me er niet om of je denkt dat goeroes je een bruikbaar inzicht over je leven kunnen bijbrengen of dat sommigen corrupte machtswellustelingen zijn. Het gaat me erom dat ze in hun ashrams honderden, duizenden mensen zo kunnen organiseren dat iedereen een bed, eten en een taak heeft om daarna mee te kunnen doen met wat ‘ie wil.

Om bovenstaande redenen is het voor de opvang van vluchtelingen denk ik het beste om te werken met het ashrammodel uit Zuid-India; met of zonder goeroe, daar ben ik nog niet helemaal uit.

Marktplaatskatten

“Wil je hem hebben,” vraagt A, sinds 3 jaar vader van een kleine (lieve) herrieschopper.

“Hoezo wil je hem niet meer?”

“Nou, het lijkt wel of hij dement aan het worden is, hij staat te zeuren voor open deuren en vraagt nieuw eten als hij net een heel bakje leeggegeten heeft. We hebben ook niet zoveel tijd meer voor hem.”

“Tja, wij hebben P al en die zou het niet tolereren als er nog één bij kwam.”

Het klinkt gezellig: huis, tuin, kat en kind, maar een kat is een huisgenoot die veel meer aandacht nodig heeft dan je denkt en hij gaat wedijveren met het kind. Dan komt hij achter de pijnlijke waarheid: hij loopt ontzettend in de weg.

Zo komt zo’n beest niet zelden op Marktplaats terecht: Kruimeltje, met kattenbak, dieetvoer voor een maand, een uitgebreide krab- en kroelpaal en drie vlooienbehandelingen voor één seizoen.

P is dus onze kat, hem zul je nooit op Marktplaats vinden, want als het hem niet bevalt, loopt hij zelf wel weg. Zodoende heeft hij een bewogen leven achter de rug dat we nooit meer helemaal kunnen reconstrueren.

Er is voor het eerst melding gemaakt van P in een document van de Kattenboot, hij was een wegloopkat die zelf aan kwam stuiven, ze noemden hem Ronnie. Een jaar later werd hij geadopteerd door een bakkerij, zijn naam werd Bobby.

Het bakkerspersoneel was verzot op hem en hij was de koning onder de muizenvangers, tot de verbouwing, Bobby kende zijn huis niet meer terug en zette het weer op een lopen, maandenlang. Hij wurmde zich binnen bij D. Toen we bij D op bezoek kwamen, wilde hij met ons mee, D had al twee katten.

Stel je voor dat kinderen dat deden; weglopen als het ze niet meer zinde en dat ze dan door het kattenluik bij iemand anders naar binnen slopen. Dat zo’n kind dan als je thuis kwam gewoon op je bank met zijn benen zat te bungelen alsof het nooit anders geweest was. Dat doen kinderen niet, zolang kunnen ze helemaal niet stil zitten. Zo winnen kinderen het huis terug van de kat die zijn eigen pad kiest en er rustig naast gaat liggen spinnen.

En de rest? De niet kordate ongewenste katten? Zij staan op Marktplaats en zij voeren de strijd met het kind nog elke dag, ze weten niet dat ze allang in de aanbieding zijn.

Schrijfcafé 8 juni: Valse Verhalen

 

 

 

 

 

 

We gaan manipulatie, egoïsme en sadisme op het schrijftoneel roepen. De verhalen en karakters worden gemeen, vals en misschien zelfs griezelig.. hoe erg kan een verhaal worden voor het afgelopen is? Leef je uit. In een verhaal doe je niemand kwaad en op papier hoef je je niet te gedragen.
We zoeken verwende diva’s, hebzuchtige familieleden, valse bazen, aartsluie niksnutten en nietsontziende machtswellustelingen. We gaan jengelen, sarren en samenspannen.

In de schrijfopdrachten van vanavond heb je de inspiratie van je duistere kant nodig.
Doe je mee?

Donderdagavond 8 juni 19.30-22u In de wintertuin bij Iewan Laauwikstraat 108 Lent, te bereiken via de ingang aan de Laauwikstraat.

Je kan je hier aanmelden